De meest gebruikte spreidingsmaten zijn de variantie en de standaarddeviatie: deze geven aan of de gevonden waarden op elkaar lijken of juist van elkaar verschillen. Is de variantie (en daarmee de standaarddeviatie) groot, dan liggen veel van de scores ver van de gemiddelde waarde vandaan (-> hetrogene scores). Is de variatie klein, dan liggen de waarden vooral rond het gemiddelde (-> homogene scores).
.
Spreidingsmaten kun je in SPSS laten berekenen als je een frequentietabel maakt (via: analyze – descriptive statistics – frequencies): onder de knop statistics kun je de gewenste maten selecteren.
.
Bron: Memelink, R. (2007). Statistiek voor marktonderzoek: Praktisch gebruik van statistiek bij kwantitatief marktonderzoek. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.



