Een steekproef dient representatief en betrouwbaar te zijn.Een representatieve steekproef is een afspiegeling van de populatie waaruit hij is getrokken. De waarnemingen in de steekproef representeren (vertegenwoordigen) de eigenschappen van alle elementen in de hele populatie. Als dit het geval is, zijn de resultaten van het steekproefonderzoek generaliseerbaar naar de populatie en is het onderzoek voor wat betreft de steekproeftrekking valide.
Behalve representatief moet een steekproef ook betrouwbaar zijn. Een steekproef is betrouwbaar, als bij herhaling van de steekproeftrekking (globaal) dezelfde resultaten worden verkregen.
Een kernbegrip bij steekproeftrekking is aselectheid. Een steekproef behoort aselect te zijn, dat wil zeggen, alle elementen in de populatie moeten een gelijke kans hebben om in de steekproef terecht te komen. Selectie ontstaat als de procedure van de steekproeftrekking niet goed verloopt. Veel voorkomende selectiemechanismen bij de steekproeftrekking zijn:selectie door nonrespons, selectie door uitval van patiënten en selectie bij de randomisatie.
Bron: Kennisbank Statistiek. Geraadpleegd op 12 oktober 2015, http://www.wynneconsult.com/root/HomePageKB012.htm



